Brandbox

De 5 meest gestelde vragen over de Autobrief

23 juni 2015
Staatssecretaris Wiebes van Financiën heeft zijn Autobrief II naar de Tweede Kamer gestuurd. Daarin staan de autobelastingplannen voor 2017 tot 2020 die het belasten van de auto vooral eenvoudiger moeten maken. De vijf meest gestelde vragen op een rij. 

1.  Vanaf wanneer gaan de maatregelen in?
Officieel vanaf 1 januari 2017. Maar de vermindering op mrb en bpm worden in jaarlijkse stappen ingevoerd. Ook het bijtellingsvoordeel op plug-in hybrides moet in jaarlijkse stappen worden afgebouwd. De extra belasting op oude diesels en de beperking van de 4% bijtelling tot een maximum bedrag van 50.000 euro cataloguswaarde zijn pas voor 2019 voorzien.

2.  Zijn de maatregelen in de Autobrief gelijk definitief? 
Nee. De nu gepresenteerde Autobrief II wordt nog in de Eerste en Tweede Kamer besproken dit najaar en is dus nog niet definitief. De nieuwe wetgeving gaat dan in per 2017. 

3.  Gelden deze regels ook als ik dit jaar nog een nieuwe auto lease? 
Ja en nee.

  • De aanpassingen in de mrb gelden ook voor voertuigen die nu al op de weg rijden. Dus de verlaging van de mrb geldt ook per 1 januari 2017 als u de auto nu al leaset.
  • De bpm wordt afgedragen bij aankoop en dus gelden de regels van 2015.
  • Voor de bijtelling is er de 60-maandenregel. Concreet: als op een bepaalde auto een verlaagd bijtellingspercentage van toepassing is, dan geldt dat percentage (op basis van de huidige wet) voor een duur van 60 maanden. Op de datum eerste tenaamstelling wordt de bijtelling voor het privégebruik van de auto bepaald. Als deze bijtelling 14% of 20% is, dan geldt dit verlaagde bijtellingspercentage dus voor die duur van 60 maanden. Op de laatste dag van de termijn van 60 maanden wordt het bijtellingspercentage opnieuw bepaald volgens de normen die dan gelden. Het bijtellingspercentage en de termijn van 60 maanden zijn gekoppeld aan het kentekenbewijs; ze blijven gelden als de auto van eigenaar of werknemer wisselt. 
4.  Wordt leasen nu duurder?
Te verwachten is dat er uiteindelijk twee bijtellingscategorieën overblijven: 4% (elektrische voertuigen) en 22% (de rest). Dat zal voor veel automobilisten – die van 14% en 20% – een achteruitgang zijn. Door de iets lagere bpm en dus een lagere catalogusprijs wordt dit weer voor een klein deel gecompenseerd. Voor de leasers van auto’s met 25% bijtelling is die 22% een aardige vooruitgang. Wel blijft er een tarief van 4% bestaan voor zero emission vehicles, de elektrische auto's én auto's die rijden op waterstof. Voor elektrische auto’s geldt vanaf 2019 een maximum van 50.000 euro waarover 4% bijtelling wordt geheven, voor het bedrag daarboven zou de volle mep van 22% gaan gelden. Uit recent onderzoek blijkt dat liefst 90% van de leaserijders de wijzigingen in het fiscaal beleid voelen als een aanzienlijke lastenverzwaring.

5.  En de bpm, die zou toch volledig verdwijnen?
De aanschafbelasting bpm gaat in de plannen van Wiebes stapsgewijs naar beneden, met uiteindelijk 12% in 2020. Over elektrische voertuigen  hoeft geen bpm betaald te worden. Dit lijkt een tegenvaller voor de autosector, maar zonder een CO2-gerelateerde aanschafbelasting zou de vergroening van het wagenpark sterk vertraagd worden. Deze vergroening is nodig om de doelstellingen uit het SER-energieakkoord te halen. Totdat er zicht is op enige vorm van betalen voor gebruik, is een snelle afbouw van de bpm daarom niet heel verstandig. Zoals het nieuws er nu ligt, wordt de bpm enkel verder afgebouwd, maar niet tot nul gereduceerd.